’s Nachts

piekeren.jpg

’s Nachts lig je soms wakker en dan ‘vermenigvuldigen de gedachten zich’, om het met een uitdrukking uit de bijbel in de oude vertaling te zeggen.

Je ligt wakker en in je bovenkamer spookt het. Alles waar het in het verleden mis is gegaan en waar je in het heden tegenop ziet, lijkt samen te komen als een legertje van vijandelijke strijders die uit zijn op je ondergang. Je lijkt weg te zinken in mistroostigheid en je vraagt je af waarvoor je eigenlijk leeft en of je niet véél beter alles achter je kan laten en er vandoor gaan – naar een land waar niemand je kent, waar niets moet en alles mag.

Want je twijfelt in die nachtelijke uren aan alles en iedereen. En je hebt het gevoel dat de keuzes die je gemaakt hebt en die je nog maken moet, door anderen voor je gemaakt zijn en voor je gemaakt worden en dat alles buiten jouw eigen wil om. En dat steekt, dat schuurt, dat geeft je een hoogst onaangenaam gevoel van controleverlies, van gebrek aan vrijheid – de vrijheid die je juist zo lief is.

En je ligt daar maar en je wilt graag nog wat slapen, maar het lukt niet. En je verlangt naar licht, vooral in overdrachtelijke zin: naar ‘licht op je levenspad’, zoals de vromen dat zo mooi kunnen zeggen. Maar dat blijven helaas mooie woorden zonder daadwerkelijke inhoud, want de duisternis overheerst te vaak bij jou het licht – de duisternis van onzekerheid en onrust, van onbevredigende verlangens.

Maar in de natuur, buiten achter de gordijnen in de slaapkamer wordt het wél licht. En je staat op en gaat je dingen doen en die dingen zorgen voor afleiding en geven soms een beetje vreugde zodat de donkerte wat naar de achtergrond verdwijnt.
En je moet trouwens sowieso verder, mét of zonder licht. De weg kent maar één richting en je kunt niet terug. Verder, steeds verder, richting een toekomst die hopelijk wat duidelijkheid brengt.

 

Voorland

ouderdom

Ik ben vrijwilliger bij verpleeghuis Domus in Zoetermeer, hetgeen betekent dat ik op onregelmatige tijden de tuin bij dit tehuis bijhoud. Dit komt hoofdzakelijk neer op wat schoffelen, een beetje wieden en de bestrating aanvegen en niet veel meer dan dat.

De ouderen en zieken die in Domus verblijven zie ik nauwelijks, want zij zijn binnen en ik loop buiten. Vandaag moest ik echter bij iemand van de staf een sleutel afhalen en werd ik geconfronteerd met twee oude mensen, zittend aan een tafel in één der verblijfsruimtes van het verpleeghuis. Het waren vermoedelijk dementerenden, gelet op de lichaamstaal van beiden.

Want meer dan zitten deden ze niet. Volkomen passief en bijna roerloos zitten, met een lege blik voor zich uit starend in het niets. Afgetakeld, afgeleefd, versleten, op de rand van de dood – een paar woorden die bij mij opkwamen toen ik ze zag. Duidelijk in de laatste leeftijdsfase en nauwelijks een bewustzijn meer, zo leek het, alsof ze sliepen met de ogen open, hard op weg naar de slaap des doods.

En dan denk je onwillekeurig: dit is misschien mijn voorland….ik ben nu 55 en nog gezond, maar wie garandeert mij dat dat zo blijft tot het einde van mijn levensloop? Misschien zit ik er over 25 jaar ook wel zo bij en dat is al redelijk gauw, want de jaren vliegen.
Maar ik moet zo’n hoge leeftijd eerst nog maar eens zien te halen bedenk ik dan, het kan ook morgen afgelopen zijn, of volgende week, of over een jaar….

De dood wenkt ieder uur, zingt een psalm en daar sta je te weinig bij stil. Maar als je daar veel vaker stil bij zou staan, kwam je misschien niet meer in beweging, want het is nogal wat…
En we moeten bewegen, want we moeten werken en zorgen en liefhebben en op die manier de aarde laten draaien. Maar we zijn met al die dingen zo druk  dat we helemaal niet over ons einde na denken, ook niet in geringe mate en dat is een groot gebrek. Want zo zijn we niet klaar voor ons levenseinde en overvalt de dood ons.

Open

Open staan voor alles zoals Mike Scott in onderstaand liedje zingt, lijkt mooi, maar is waarschijnlijk te hoog gegrepen. Zeker voor mij – mijn autistische geest staat vooral open voor obsessies, voor verslavingen, voor een verdraaide versie van dingen die op zich goed zijn, mits met mate toegepast. Maar ik kán geen maat houden, ik ben een mateloos mens.

‘Kunnen’ en ‘willen’ liggen dicht naast elkaar, trouwens. Mijn wil is verdraaid – door aanleg misschien, in combinatie met verkeerde keuzes en een bepaalde levensloop. En mede daardoor ben ik niet open, maar gesloten.

En voor het spirituele sta ik te weinig open. Te onrustig om tot mezelf te komen, om diep in mijn hart te schouwen en daar misschien God te vinden. Want God leeft in het hart van een mens, zei de dominee laatst. Dus ik moet het doen met mijn onrust en mijn obsessies en mijn autisme. En mijn geslotenheid.

Niets te verliezen

 

jakob pniel
Eugene Delacroix – Jakobs worsteling met de Engel

Als je niets te verliezen hebt, is (bijna) alles gewin…

Bovenstaande zin klinkt misschien als een cliché, een vage uitspraak waarmee je alle kanten op kunt, een waarheid-als-een-koe. Vrijwel onbeperkt toepasbaar op allerlei materiële en niet-materiële zaken in een mensenleven en derhalve van weinig waarde. Want iets wat elke uniciteit mist en overal bij gebruikt kan worden, is meestal voor een koopje te krijgen.

Maar nee, bovenvermelde uitspraak staat uitsluitend in een religieuze context en heeft betrekking op de avondmaalsviering in de kerk, waarover ik onder de titel ‘God proeven’ eerder schreef. Deze avondmaalsviering is in principe bedoeld voor gelovigen, voor christenen, voor Jezus-volgers en -liefhebbers.
Dus wat doe je als je jezelf in geen enkel opzicht tot één van bovenstaande categorieën rekent maar toch deel wilt nemen aan dit ‘heilig sacrament’??

Maar waarom wil je eigenlijk deelnemen, waarom zou je die moeite doen als het toch niet voor jou is? Wel, misschien hoop je toch dat er dan iets met je gebeurt als je dat brood eet en die wijn drinkt: een wondertje, een knipoog van God, iets waarmee je verder kunt op je levensweg. En je hebt niets te verliezen, want je leven is nu al zo grijs soms (in spiritueel opzicht) dat het alleen maar beter kan worden en weinig slechter.

Er is trouwens wel een (latente) angst dat God boos zal worden als je aangaat, want met die angst ben je opgegroeid in de kerk van je jeugd. ‘Wie dan onwaardig dit brood eet en deze beker drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel’, zo staat het in het oude avondmaalsformulier en dat klinkt behoorlijk bedreigend. ‘Onwaardig’ betekent in dit verband: als verstokte zondaar of als ongelovige toch deelnemen aan dit sacrament. En dat genoemde ‘oordeel’ betekent niets minder dan de dood, waarmee God je kan straffen als je onwaardig aangaat…..

Maar als je niets te verliezen hebt, kun je zo’n waarschuwing en bedreiging maar beter terzijde leggen, een mens moet soms risico’s nemen in het leven, ook in het geestelijke. Als een oudtestamentische Jakob die worstelt met de Engel, dat is: met God zelf. Want het blijft een gevecht, een worsteling, een struggle met twijfels en met weinig-christelijke verlangens in het leven van alle dag. Met vaak meer ongeloof dan geloof en God als een onzichtbare entiteit oneindig ver weg en de wereld om je heen heel dichtbij.
Maar je wordt ouder en een van de weinig zekerheden die je hebt, is de zekerheid dat je dood gaat. En wat ligt er dan achter de horizon van de tijd??

Niets te verliezen, (bijna) alles gewin. Zoals ik het zie, op dit moment in de tijd.

Leven en dood

leven en dood

Ik moest (of: mocht) gisteren bij een ouder echtpaar in Rotterdam de ligusterhaag rond hun tuin knippen. De haag was twee meter hoog en had een geschatte lengte van dertig meter, vanaf de punt helemaal achterin waar de haag de buurtuin raakte tot het tuinhekje op de grens van voortuin en trottoir aan de andere zijde.

De haag was flink gegroeid, hetgeen veel knipwerk betekende en  – niet onbelangrijk – vaak de keukentrap op en af om de bovenkant te snoeien. Ik werkte flink door, nam slechts af en toe even pauze om een paar slokken water te drinken en was na drie uur klaar.
Ik voelde mij levend, dat wil zeggen: sterk, vitaal, onbeperkt in mijn mogelijkheden, onbegrensd, redelijk jong (ofschoon al 55 jaar oud in werkelijkheid….),  en als gevolg van deze gunstige fysieke gesteldheid zeer goed in staat de mij toegevallen taak te vervullen.

Het contrast met de eigenaren van de haag was in dit opzicht groot: een gepensioneerd stel waarvan de man ernstig ziek is en al enige tijd chemotherapie krijgt. Een mens die de dood op zijn hielen voelt.
De vrouw was ogenschijnlijk nog gezond, maar ook al op leeftijd en dus beperkt in haar doen en laten.
Twee mensen in de laatste fase van hun leven, niet meer in staat om zelf hun tuin bij te houden. Terugkijkend naar vroeger, verlangend naar vroeger misschien, toen het lichaam nog alles kon wat het nu niet meer kan.

Energie en leven bij mij, afnemende krachten en iets van de naderende dood bij hen.
Ik ben dankbaar voor de kracht die ik nog heb, de energie om dit werk te doen, de gezondheid, de levenslust op mijn beste momenten. Hopelijk blijft dit nog een tijdje zo. Soli Deo Gloria.

God proeven

heilig avondmaal

Proef, en geniet van de goedheid van de HEER, gelukkig de mens die bij hem schuilt.

Psalm 34:9

Bovenstaande tekst las ik vandaag in de Bijbelapp op mijn telefoon. Hij wordt vaak gebruikt in het kader van de viering van het Heilig Avondmaal in de kerk, waarbij de gemeente door het nuttigen van een stukje brood en het drinken van een slokje wijn Gods ‘goedheid’ in Jezus ‘proeft’ en ‘geniet’.

Tenminste: als God je iets van zijn goedheid doet ervaren op zo’n moment, anders blijft het een tamelijk leeg ritueel en niet meer dan dat….

Aanstaande zondag wordt het Heilig Avondmaal bij ons in de kerk gevierd, iets waaraan ik meteen moest denken toen ik die tekst vanochtend las. Wel apart dat je uitgerekend in de week vóór zo’n viering dan die Bijbeltekst leest…is dat gewoon toeval of misschien toch een teken van boven??

Weekendje weg

We gingen naar Beekbergen, vriendin en ik. Een alcoholvrij huisje op een camping midden in het bos. Geen tv, geen radio, geen Wifi en geen magnetron; sobere meubeltjes in de woonkamer en een smal bed in het slaapgedeelte. De informatiemap in het huisje repte over een ‘nostalgische inrichting’. Tja….

Maar wat een locatie! Bos aan alle kanten en dan niet dat armoedige grove-dennenbos wat je op de Veluwe vaak ziet, nee, gemengd loofbos en percelen met hoog oprijzende sparren, lariksen en andere naalddragers. Mooi bos…

En als je dan op de eerste avond gelijk een troepje wilde zwijnen op je pad vindt, kan die vakantie natuurlijk niet meer stuk:

P1080058
Wilde zwijnen in het bos bij camping ’t Spoek, Beekbergen, 16 juni 2017, in de avond

Mooi, die natuur! Veel goudhaantjes in de (naald)bomen in het bos en op de camping – ik hoorde overal dat zachte en hoge geluid van Europa’s kleinste vogel. En veel vinken ook en merels, boomklevers, spechten en ander vliegend spul.

Een (letterlijk) creperende hazelworm op een bospad liet me echter zien dat de natuur niet alleen mooi is, maar soms ook hard en met een overal loerende dood. De hazelworm stierf in mijn handen, ik heb hem in de bosschage naast het pad gelegd waar hij kan wederkeren tot stof.

Zondeval

zondeval

Terwijl ik aan het schoffelen ben op de kwekerij waar ik werk, zie ik in een naastgelegen weiland een ooievaar foerageren. Het is een mooi gezicht zo’n vogel te zien rondstappen met zijn lange poten en oranje snavel.

Een mooi gezicht ja, maar een ooievaar blijft natuurlijk een vleeseter, een dier dat andere dieren opeet. Hij pakt kikkers, Lees verder “Zondeval”

Pinksteren

Toen de dominee gisterochtend aan het begin van de kerkdienst zijn zegenende handen ophief, moest ik denken aan mijn volkstuin en de aardbeienoogst die daar wachtte….

Ja, Pinksteren is volgens de oudste, joodse traditie het feest van de oogst, het einde van de gersteoogst en het begin van de tarweoogst. Die beide graansoorten heb ik niet op mijn tuin staan, wel sla, worteltjes en aardbeien….

Ik voelde me ontredderd in de kerk. Ik had geen enkel gevoel bij het feest dat we vierden, ik was veronrustend leeg van binnen, een groot gapend gat.
Ontreddering dus. Als een drenkeling in zee.
Laat dit alsjeblieft ophouden. Laat er iets veranderen hier, iets gebeuren: een bom die ontploft, de predikant die onwel wordt waardoor de kerkdienst wordt afgelast, een engel die neerdaalt….het maakt niet uit wat, áls er maar iets gebeurd.

Maar er gebeurde niets, ook bij mij van binnen niet. De dienst was na een kleine anderhalf uur afgelopen en we gingen huiswaarts, waar dezelfde leegte wachtte…..

Uitzicht

kerktoren

Vanaf het balkon achter het appartement van mijn moeder in Rijssen is de toren van de Noorderkerk goed zichtbaar. Dit kerkgebouw behoort bij de Gereformeerde Gemeenten, een van de bevindelijk-gereformeerde kerkgenootschappen in ons land. De ‘Ger. Gem.’ heeft trouwens nog twee kerken in Rijssen. In totaal zijn er zo’n 6700 Rijssenaren lid of dooplid van deze denominatie.

Bij de bouw in 1954 had de Noorderkerk 2400 zitplaatsen en was daarmee de grootste kerk van Europa qua aantal zitplaatsen. Inmiddels is dit door verbouwingen wat minder…

Vanaf mijn moeders balkon kun je de tijd afmeten aan het aantal slagen van de torenklok. En op zondag roept diezelfde klok je ter kerke, ’s ochtends én ’s avonds.

Ja, dat Rijssen….dorp met stadsrechten, woonstede mijner jeugd. Gelovig, maar niet al te bekrompen. Tolerant tegenover de uitspattingen van de opgroeiende jeugd, zolang het maar niet op zondag gebeurde….

Maar die kerk bleef roepen, zondag aan zondag. En de kerkdiensten duurden altijd 90 minuten, en da’s een lange zit. En de predikanten uit mijn jeugd preekten het Evangelie ‘onder een deksel’: veel zonde en weinig genade; streng, met een eisende God die veel voorwaarden stelde aan ons mensen. Maar het meeste kerkvolk in Rijssen berustte daarin en boog het hoofd. God is soeverein, wat Hij beslist heeft, gebeurd.

Tegenwoordig kerk ik bij de PKN in mijn huidige woonplaats Zoetermeer. Daar is iets meer lucht, iets meer leven, iets meer genade. En de dames hoeven geen rok aan naar de kerk en geen hoedje op.
Maar de dominee is zo vol van de goedheid van God dat iedereen in de kerk naar de hemel gaat en dat brengt mij dan toch weer aan het twijfelen. Een mens kan zich gemakkelijk bedriegen. ‘Met een ingebeelde hemel naar de hel gaan‘ zoals ze dat bij de Ger. Gem. zeggen, is het ergste wat je kan overkomen…