Teken of toeval?

toevallig

Op mijn Spotify-playlist staan 115 liedjes die door de app op mijn telefoon in willekeurige volgorde afgespeeld worden op ieder door mij gewenste moment.

Ik was afgelopen maandag buiten aan het werk en Spotify zorgde voor de nodige arbeidsvitaminen. Ik zat redelijk in mijn vel en had er best zin in, ondanks het matige weer. Maar op het ogenblik dat Drag Queens in Limousines van Mary Gauthier langskwam verdween de animo en voelde ik me opeens ingehaald door de tijd. De tekst van dit liedje gaat namelijk over een meisje die alles achterlaat om een nieuw leven te beginnen, weg van conventies en plichten, te midden van hippies, drank en drugs. En ik, ik verlang al heel lang naar zo’n ander leven, ver weg van werk en sleur, in vrijheid en onafhankelijkheid, los van alles.

Maar het is er helaas nooit van gekomen en ik realiseerde me nu ineens dat ik veel te laat ben voor zoiets: ik ben 55 en naar verwachting ver over de helft van mijn leven. Ik kan me wat dat betreft beter met het naderende levenseinde bezig houden in plaats van te dromen over een ander bestaan, want hoeveel tijd zou ik überhaupt nog krijgen voor dat andere leven? Vadertje Tijd heeft me ingehaald, dromen over verandering heeft weinig zin meer.

Terwijl ik dit overdacht, kwam Spotify met Amazing Grace van Don Edwards op de proppen en daarna zong Jessi Colter haar bewerking van Psalm 136: His loving kindness endures forever. Wat een combinatie! Het eerste nummer gaat over de genade van Jezus voor een verstokt zondaar, waarna de daarop volgende psalm de ‘liefdevolle vriendelijkheid’ van God noemt en roemt.

Ik vroeg me meteen af of dit een teken van Hogerhand was of alleen maar toeval. Ik heb de liedjes zelf uitgekozen en Spotify selecteert willekeurig, dus het ligt niet voor de hand om daar een betekenis aan te hechten. Maar toch….het is haast té toevallig om nog toeval te zijn! Dat moment, na die gedachten van mij; de combinatie van liedjes – het voelt als een teken van God. Als een vingerwijzing: zoek iets anders, iets beters, zoek God – in plaats van te te vluchten voor je huidige leven.

Maar een atheïst zou hier hoe dan ook wel raad mee weten, vermoed ik, net als een statisticus met kennis van toevalsfactoren, correlaties en dergelijke. ‘Een klassiek geval van wishful thinking,’ hoor ik de scepticus al opmerken, ‘een mens op zoek naar zingeving en een stem van Boven.’.
En toch, en toch….

 

 

Koning sport

koning voetbal
De afgelopen drie weken heb ik mezelf de luxe gepermitteerd om, voor zover werk en andere plichten dit toelieten, de Tour de France te volgen op tv. Als ik op werkdagen rond half vijf thuiskwam, keek ik samen met mijn vriendin naar het laatste deel van de dagetappe tot en met de finish. En op de andere dagen volgde ik regelmatig bijna de hele etappe.
Ik deed dit overigens vaak met een beschuldigend hart, want ik ben opgegroeid met het dogma dat topsport niets minder is dan afgodendienst en dat je daarom véél beter Jezus kunt bewonderen dan een voetbalclub of wielrenner.
En naar een sportevenement op tv kijken is verkwisting van tijd, want je had in diezelfde tijd ook een hoofdstuk uit de bijbel kunt lezen of in gebed kunnen gaan – om maar wat te noemen….

Maar toch: een mens is nieuwsgierig. En die wielrenners dóen het toch maar. Topsport trekt: je wilt weten wie de wedstrijd uiteindelijk wint en hoe ‘onze jongens’ daarbij presteren. En die Nederlandse commentatoren bij de Tour doen hun best om het allemaal zo belangrijk mogelijk te maken. Terwijl het uiteindelijk gewoon de waan van de dag is, want wie vandaag wint, is morgen al bijna weer vergeten….

En terwijl een deel van mij zich dit realiseert, blijft het andere deel nieuwsgierig en dat andere deel wint de strijd meestal. Dus gaat de tv aan en kijk ik naar een peloton fietsers in Frankrijk. Heel passief, met de benen op tafel. Alsof ik niets beters te doen heb….

En Hilversum moedigt dit sport kijken aan en zorgt het hele jaar voor sportief vermaak. Want straks na de vakantie begint de Eredivisie weer en enige tijd later het voetbal van de Champions League, en dat wordt allemaal uitgezonden. En daarna krijg je het schaatsseizoen met alle nationale en internationale wedstrijden, dat mag je natuurlijk ook niet missen. En dan zijn er nog de tennistoernooien en atletiekwedstrijden, alles uitgezonden op tv, dat móet je gewoon zien, want er doen Nederlandse sporters aan mee, de eer van ons land is ermee gemoeid…

En ik, ik constateer bij mezelf dat het aan me trekt en verdoe er soms mijn tijd mee. En voel me daar vaak schuldig over, maar blijf toch regelmatig eer bewijzen aan koning sport. Zoals zoveel Nederlanders….

Kwetsbaar

eva

 

Ik zie een foto in een tijdschrift van een groepje jong-volwassen meiden chillend ergens buiten op een gazon en ik denk: wat zijn ze toch kwetsbaar! Dat denk ik trouwens vaak bij vrouwen, of ze nu jong of oud zijn, hun weerloosheid treft me vaak.

Vrouwen zijn fysiek meestal de mindere van mannen. Dus ze leggen het altijd af tegen een vent die zijn lichaamskracht gebruikt – een seksbeluste man die zin heeft om een vrouw te pakken ergens langs een donker fietspad ’s avonds laat, een partner die zijn begeerte wil doordrijven tegen de wil van zijn vrouw in, een dominante vader die niet van zijn dochter kan afblijven – wie dan ook.

Op die foto in het tijdschrift straalt de kwetsbaarheid er van af, met van die vrouwenogen die zacht en rond in de camera kijken. Zo’n weerloze blik, zo’n oogopslag waarvan iedere man met een vlotte babbel, het juiste postuur en een uitstraling van succes misbruik van kan maken. Want vrouwen vallen makkelijk voor zo iemand, ook al is hij van binnen zo rot als een mispel. Tenminste, dat denk ik.

Want elke vrouw wil een sterke man en vervolgens kinderen van die man. En ze zijn bereid om daarvoor veel in te leveren. En als die kinderen er eenmaal zijn dan gaat het moederinstinct opspelen en gaat de bescherming van hun nakomelingen boven de bescherming van hun eigen lijf. En dat maakt vrouwen kwetsbaar voor vernederingen, fysiek en moreel.

Volgens het bijbelverhaal betaalt de vrouw de prijs voor de zondeval van Eva, de eerste vrouw. En het Paradijs is sindsdien hermetisch afgesloten.
Woman is the nigger of the world.

 

 

Doodsangst en (on)geloof

De onderstaande korte documentaire getiteld ‘De laatste bazuin’ vond ik op de website Dogmavrij.nl.

 

In de docu beschrijft Inge Bosscha, de initiatiefnemer van Dogmavrij, haar worsteling met de geloofsopvoeding uit haar jeugd, haar angst voor het laatste oordeel en de hel, haar problemen met de autoriteit van de bijbel en met de strikte manier waarop gelovigen de bijbel interpreteren. En niet te vergeten de waarheidsclaim die sommigen daarbij leggen, alsof zij alleen de waarheid in pacht hebben.

Bosscha groeide op in een gelovig gezin dat lid was van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (GKV), een kerkverband met een tot voor kort gesloten, bijna sektarisch karakter, en met de opvatting dat alleen binnen dit kerkverband de juiste leer gepreekt werd en het heil te vinden was.
Ze trouwde op twintigjarige leeftijd binnen deze kerk en werd zwanger. De zwangerschap triggerde iets binnenin haar en ze kwam tot de overtuiging dat ze haar kind niet wilde laten opgroeien binnen de GKV. Ze ‘vluchtte’ naar een opvanghuis, scheidde uiteindelijk van haar man en maakte zich los van de kerk.

De herinneringen aan vroeger lieten haar echter niet los en ze ging in therapie. Haar gevoelens betreffende haar verleden binnen de kerk typeert ze in de docu als traumatisch. Ze benoemt het als ‘Religieus Trauma Syndroom’ (RTS), een aandoening die volgens haar mensen met een godsdienstig verleden zoals zijzelf, treft.

Omdat ik zelf opgegroeid ben in een enigszins vergelijkbaar kerkgenootschap, herken ik veel van de dingen die Bosscha in de docu noemt. Ik heb echter veel minder last van negatieve emoties daarover, wellicht omdat ik een minder sensitief persoon ben dan Bosscha. En dat diepe zondebesef, die schuldgevoelens die zij als meisje al in sterke mate had, heb ik nooit zo beleefd.
Maar angst voor de hel heb ik wel degelijk en misschien wel meer naarmate ik ouder wordt en het einde van mijn leven dichterbij komt.

 

Kan niet, kan wel

ark

Ik liep gisteren tijdens het werk te denken aan het verhaal uit de bijbel over de Zondvloed en de Ark van Noach. En hoe volgens het bijbelverhaal van elke diersoort op aarde tenminste twee exemplaren aan boord van die Ark gingen. Ik dacht: het kan niet, het kán gewoonweg niet, het is onmogelijk. Al die duizenden soorten zoogdieren, reptielen, amfibieën en vogels passen nooit in die boot. Nooit. Of je moet een boot hebben die honderden meters lang is, maar dat klopt dan weer niet met de tekst in Genesis waar de maten van de Ark vermeld staan.

Ik zocht vandaag op internet naar relevante informatie over dit onderwerp. Maar eerst voor de volledigheid nog even het bijbelverhaal:

 12En God zag hoe bedorven de aarde was, want alle mensen op de aarde gingen verkeerde wegen. 13God zei tot Noach: `De dagen van de mensen zijn geteld, want zij zijn er de schuld van dat de aarde vol gewelddaden is. Ik ga hen met de aarde vernietigen.14Gij moet een ark van pijnhout bouwen; met riet moet gij de ark maken, en ze van binnen en van buiten met pek bestrijken.
15Als volgt moet gij ze maken: de ark moet driehonderd el lang zijn, vijftig el breed en dertig el hoog. 16Het dak dat gij op de ark aanbrengt moet een el naar buiten uitsteken. In een van de zijden moet gij een deur aanbrengen; ook moet gij een onderste, een tweede en een derde ruim maken.
17Want Ik sta op het punt een watervloed over de aarde te brengen, die alle levende wezens onder de hemel zal verdelgen; alles wat zich op de aarde bevindt, zal omkomen. 18Met u echter zal ik een verbond aangaan; gij moet u inschepen in de ark, met uw zonen, met uw vrouw en met de vrouwen van uw zonen.19Van alle levende wezens moet gij verder een paar in de ark brengen, om ze met u samen in leven te doen blijven; een mannelijk en een vrouwelijk dier moet het zijn. 20Van de verschillende soorten vee, van de verschillende soorten dieren die over de grond kruipen, moet een paar met u meegaan en aldus in leven blijven. 21Breng verder allerlei etenswaar bijeen en leg daar een voorraad van aan, zodat gijzelf en de dieren te eten hebt.’
22Noach deed dit; alles wat God hem geboden had, voerde hij uit.

 

Volgens een artikel op de website Schepping of evolutie klopt het bijbelverhaal wél, als je tenminste het aantal dieren sterk beperkt. En volgens de auteur is het logisch om dit te doen: veel dieren hebben volgens hem één gemeenschappelijke voorouder en vermoedelijk heeft alleen deze voorouder een plekje gekregen op Noachs drijvende dierentuin. Een voorbeeld: paarden, ezels en zebra’s stammen volgens de auteur allen af van één paard-achtige soort, net zoals wolven, honden, jakhalzen en coyotes één hond-achtige als gemeenschappelijke voorouder hebben.
En verder: als je er van uitgaat dat Noach alleen jonge, onvolgroeide dieren toeliet tot de ark, scheelt dat aanzienlijk in de benodigde ruimte. En van de dinosauriërs heeft de aartsvader misschien alleen de eieren meegenomen en geen levende exemplaren. En als je de maten van de ark zoals ze hierboven genoemd worden omrekent naar treinwagons en je weet hoeveel schapen er in een treinwagon passen, dan was de ark groot genoeg….aldus de auteur.

 

Wel, het is een interessante redenering maar ik heb eigenlijk geen idee hoe serieus je dit moet nemen. Ik ben maar een arbeider, geen wetenschapper….:-)
Het komt op mij nogal gekunsteld over, maar dat kan natuurlijk ook een stuk vooringenomenheid bij mij zijn. De bijbel zegt niet voor niets dat een mensenhart arglistig is….

 

Er zijn overigens veel van dit soort websites op internet te vinden. Als ik op zoek ga naar meer informatie loop ik er een beetje in vast. Want allemaal hebben ze als uitgangspunt dat de bijbel betrouwbaar is, dat het verhaal over de Zondvloed dus wáár is en doen ze hun best om dit te bewijzen….
Tja en dan kom je altijd op een bepaald punt uit!

 

Wel is het opvallend te noemen dat zoveel verschillende culturen/volkeren een zondvloedverhaal kennen binnen de verhalen over hun afstamming en/of het ontstaan van de aarde (zie hiervoor de link in de eerste regel). Zegt dit misschien toch iets over het waarheidsgehalte van dit verhaal??

De tekst van een liedje (2)

Every grain of sand van Bob Dylan is een liedje met een tekst die gaat over gekend zijn door God. De zanger beschrijft zijn leven als een reis waarbij hij gaandeweg tot het inzicht kwam dat, zoals Jezus het zegt, ‘Elke haar op zijn hoofd geteld is’:

Then onward in my journey
I come to understand
that every hair is numbered
like every grain of sand.

Ik herken iets van mezelf en van mijn eigen leven in het liedje, in het bijzonder als de tekst verhaalt over verleidingen:

I gaze into the doorway
of temptation’s angry flame.
And every time I pass that way
I’ll always hear my name.

Een poëtische manier om te zeggen dat bepaalde verleidingen vaak heel dichtbij zijn, confronterend dichtbij, en daarom lastig te weerstaan. Alsof je als een magneet naar iets toe getrokken wordt, iets fouts weliswaar, maar daarom niet minder aantrekkelijk voor mijn vlees en geest.

Op YouTube vond ik geen video van dit nummer maar gelukkig wel op Vimeo, met de tekst op het beeld:

 

’s Nachts

piekeren.jpg

’s Nachts lig je soms wakker en dan ‘vermenigvuldigen de gedachten zich’, om het met een uitdrukking uit de bijbel in de oude vertaling te zeggen.

Je ligt wakker en in je bovenkamer spookt het. Alles waar het in het verleden mis is gegaan en waar je in het heden tegenop ziet, lijkt samen te komen als een legertje van vijandelijke strijders die uit zijn op je ondergang. Je lijkt weg te zinken in mistroostigheid en je vraagt je af waarvoor je eigenlijk leeft en of je niet véél beter alles achter je kan laten en er vandoor gaan – naar een land waar niemand je kent, waar niets moet en alles mag.

Want je twijfelt in die nachtelijke uren aan alles en iedereen. En je hebt het gevoel dat de keuzes die je gemaakt hebt en die je nog maken moet, door anderen voor je gemaakt zijn en voor je gemaakt worden en dat alles buiten jouw eigen wil om. En dat steekt, dat schuurt, dat geeft je een hoogst onaangenaam gevoel van controleverlies, van gebrek aan vrijheid – de vrijheid die je juist zo lief is.

En je ligt daar maar en je wilt graag nog wat slapen, maar het lukt niet. En je verlangt naar licht, vooral in overdrachtelijke zin: naar ‘licht op je levenspad’, zoals de vromen dat zo mooi kunnen zeggen. Maar dat blijven helaas mooie woorden zonder daadwerkelijke inhoud, want de duisternis overheerst te vaak bij jou het licht – de duisternis van onzekerheid en onrust, van onbevredigende verlangens.

Maar in de natuur, buiten achter de gordijnen in de slaapkamer wordt het wél licht. En je staat op en gaat je dingen doen en die dingen zorgen voor afleiding en geven soms een beetje vreugde zodat de donkerte wat naar de achtergrond verdwijnt.
En je moet trouwens sowieso verder, mét of zonder licht. De weg kent maar één richting en je kunt niet terug. Verder, steeds verder, richting een toekomst die hopelijk wat duidelijkheid brengt.

 

Overtuiging

De eigenaar/berijder van boven afgebeelde Daihatsu Cuore durft voor zijn overtuiging uit te komen: op de achterklep staat links de tekst ‘Follower of Jesus’ waar nog de verzekering dat de persoon ‘Blessed’ is, rechts aan is toegevoegd.

Dat we het maar weten. Met zo’n statement achterop je auto ben je wel verplicht om je in het verkeer uiterst netjes te gedragen, met veel aandacht voor mede-weggebruikers, overstekende voetgangers en wat dies meer zij, a-sociaal gedrag van anderen met vriendelijkheid beantwoordend en snelheidslimieten zorgvuldig in het oog houdend – want anders doet zo’n tekst meer kwaad dan goed….

Ik zou waarschijnlijk niet de guts hebben om zoiets te doen, maar misschien komt dat ook omdat ik te weinig geloof heb en te weinig passie voor Jezus. Bidden voor mijn eten op het werk als er collega’s bij zijn, vind ik al een onoverkomelijke hindernis. En ik zal nooit iemand die vloekt terechtwijzen, want als kortaangebonden type dat ik ben vloeit er uit mijn mond ook wel eens verkeerde taal….

 

Voorland

ouderdom

Ik ben vrijwilliger bij verpleeghuis Domus in Zoetermeer, hetgeen betekent dat ik op onregelmatige tijden de tuin bij dit tehuis bijhoud. Dit komt hoofdzakelijk neer op wat schoffelen, een beetje wieden en de bestrating aanvegen en niet veel meer dan dat.

De ouderen en zieken die in Domus verblijven zie ik nauwelijks, want zij zijn binnen en ik loop buiten. Vandaag moest ik echter bij iemand van de staf een sleutel afhalen en werd ik geconfronteerd met twee oude mensen, zittend aan een tafel in één der verblijfsruimtes van het verpleeghuis. Het waren vermoedelijk dementerenden, gelet op de lichaamstaal van beiden.

Want meer dan zitten deden ze niet. Volkomen passief en bijna roerloos zitten, met een lege blik voor zich uit starend in het niets. Afgetakeld, afgeleefd, versleten, op de rand van de dood – een paar woorden die bij mij opkwamen toen ik ze zag. Duidelijk in de laatste leeftijdsfase en nauwelijks een bewustzijn meer, zo leek het, alsof ze sliepen met de ogen open, hard op weg naar de slaap des doods.

En dan denk je onwillekeurig: dit is misschien mijn voorland….ik ben nu 55 en nog gezond, maar wie garandeert mij dat dat zo blijft tot het einde van mijn levensloop? Misschien zit ik er over 25 jaar ook wel zo bij en dat is al redelijk gauw, want de jaren vliegen.
Maar ik moet zo’n hoge leeftijd eerst nog maar eens zien te halen bedenk ik dan, het kan ook morgen afgelopen zijn, of volgende week, of over een jaar….

De dood wenkt ieder uur, zingt een psalm en daar sta je te weinig bij stil. Maar als je daar veel vaker stil bij zou staan, kwam je misschien niet meer in beweging, want het is nogal wat…
En we moeten bewegen, want we moeten werken en zorgen en liefhebben en op die manier de aarde laten draaien. Maar we zijn met al die dingen zo druk  dat we helemaal niet over ons einde na denken, ook niet in geringe mate en dat is een groot gebrek. Want zo zijn we niet klaar voor ons levenseinde en overvalt de dood ons.

Open

Open staan voor alles zoals Mike Scott in onderstaand liedje zingt, lijkt mooi, maar is waarschijnlijk te hoog gegrepen. Zeker voor mij – mijn autistische geest staat vooral open voor obsessies, voor verslavingen, voor een verdraaide versie van dingen die op zich goed zijn, mits met mate toegepast. Maar ik kán geen maat houden, ik ben een mateloos mens.

‘Kunnen’ en ‘willen’ liggen dicht naast elkaar, trouwens. Mijn wil is verdraaid – door aanleg misschien, in combinatie met verkeerde keuzes en een bepaalde levensloop. En mede daardoor ben ik niet open, maar gesloten.

En voor het spirituele sta ik te weinig open. Te onrustig om tot mezelf te komen, om diep in mijn hart te schouwen en daar misschien God te vinden. Want God leeft in het hart van een mens, zei de dominee laatst. Dus ik moet het doen met mijn onrust en mijn obsessies en mijn autisme. En mijn geslotenheid.