Lees verder op mijn andere blog

Meer blogposts van mij

over van alles en nog wat

op mijn andere blog:

De wereld van Jan Jaap

Frodo en Sam

frodo en sam

Ik heb In de ban van de Ring net weer herlezen, het epische verhaal over de reis van de hobbits Frodo Balings en zijn trouwe dienaar Sam Gewissies naar het land Mordor. Het is mijn favoriete boek van alle tijden. Een heerlijk verhaal, een boek om bij weg te dromen en om je in te verliezen. Tijdens het lezen identificeer ik mij met de karakters en ik leef mee alsof ik deelnemer ben in plaats van lezer.

Zeker, het is een vorm van escapisme, zo’n boek op die manier lezen. Even ontsnappen aan de vaak saaie realiteit van alledag. Mezelf verplaatsen in een wereld die eigenlijk veel boeiender is dan de échte wereld. Verlangen naar iets anders, naar where the grass is greener misschien, naar iets dat meer bevrediging geeft dan het leven hier, met zijn dagelijkse sleur. Een speciale opdracht krijgen, een queeste moeten vervullen, afreizen naar een vergelegen land, zwerven over ’s Heeren wegen, los van alles – ziedaar in het kort waarom ik zo gek ben op Tolkiens pennenvrucht.

En natuurlijk identificeer ik mij graag met de hoofdpersoon Frodo, de dappere hobbit, die alle moeilijkheden overwint en zijn taak volbrengt. Wat een karakter!

Maar als ik een rol zou spelen in de hele geschiedenis zou ik waarschijnlijk meer geschikt zijn voor het personage Sam Gewissies, de niet zo slimme maar wel trouwe dienaar van Frodo.
Hij is de knecht, niet de meester. Hij is de volger, niet de leider. A humble man en daarom niet zo gewild misschien, zeker niet bij mij. Als mens wil je graag een hoofdrol en liever geen bijrol. En je bent ook geneigd om een beetje neer te kijken op de wat boertige en impulsieve Sam en zijn bijna hondse trouw aan Frodo.

Maar Sam is wél levensecht en volkomen eerlijk. En hij is geheel toegewijd aan de taak die hij vervult. En hij is feitelijk de enigste die is opgewassen tegen de macht die de ring uitoefent, want hij geeft hem uit eigen vrije wil terug aan zijn meester Frodo.
En hij is tuinman, net als ik :-). Hij houdt van planten, net als ik. Ik vind Sam een mooi karakter, een man uit één stuk, een man die gelukkig wordt van het planten van een boom, net als ik.

Wel, een mens kan maar beter nederig zijn in het leven, zoals Sam. Want van hoogmoed wordt je nooit beter. Wees een volger en een dienaar; oefen een nederig beroep uit en wees daarmee tevreden. Wees een Sam Gewissies.

 

 

Open en gesloten

 

Ik ben niet open, ik ben gesloten. Als een egel die zich oprolt, zich beschermt tegen gevaar. Introversie als belangrijkste karaktertrek, een naar binnen gekeerde houding. Weinig geïnteresseerd in anderen, grote moeite met smalltalk en de meeste andere sociale activiteiten. Heel erg op mezelf, als een eiland, een rots in zee.

En ik vind meestal geen woorden voor wat me beweegt, het stokt als ik het probeer. Alsof de gevoelens en gedachten, de taal van mijn hart niet over te zetten zijn in mensentaal.

Mijn vriendin daarentegen is open en zeer sociaal. En ze verwacht diezelfde openheid eigenlijk ook van mij, want zo zijn vrouwen. Ze wil een knuffel, een zoen, een arm om haar schouder, een lach, een grap. Maar ik ben niet grappig en zeker geen knuffelaar. Dus ze komt als vrouw tekort bij mij en daar voel ik mij schuldig over, maar ik weet ook geen oplossing.

‘Jezelf blijven’ is waarschijnlijk het enigste, al klinkt dat sommigen als vloek in de oren, namelijk diegenen die vinden dat je moet werken aan jezelf en aan je relatie. Maar ik kan werken wat ik wil, ik blijf dezelfde mens met dezelfde beperkingen. Punt.

 

 

Woensdag

Het was vandaag snijdend koud op mijn volkstuin, met een venijnige noordoostenwind die de gevoelstemperatuur beneden nul deed dalen. Als ik me dan niet zeer dik aankleed en ervoor zorg in beweging te blijven, val ik al spoedig om van de kou – ik verstijf gewoon en mijn bewegingen vertragen zich als in een film die in slow-motion afgespeeld wordt. Ik dreig dan in een ijspilaar te veranderen als ik niet onverwijld een warme plek opzoek.

En de winter is net begonnen, dat belooft nog wat! Maar vrijdag wordt het beter, beloven de weerexperts.
Maar mijn tuin op kleigrond is door-en-door nat en dat blijft nog zeker een paar maanden zo. Ik maak heuveltjes van grond om op te planten, dan staan de heesters ten minste nog een beetje droog. En misschien ga ik een wilgenhaag planten als beschutting tegen de wind.

 

 

Donderdag 18/9/14 – Ooievaars langs de weg

ooievaars

Langs de N 14 richting Wassenaar zag ik vanochtend twee ooievaars zitten op een lantaarnpaal in de middenberm.

Het was stapvoets rijden en stilstaan op weg naar mijn werk – een gevolg van een file op de A 4 en het vaste gegeven dat automobilisten dan een andere weg gaan zoeken. Dus liep de N 14  vol met verkeer dat de A 44 als alternatieve route wilde gebruiken.

Op een gegeven moment kwam ik een van de tunnels bij Leidschendam uit – van de duisternis in het licht – en gelijk zag ik die twee ooievaars, onverstoorbaar boven de weg, zich niks aantrekkend van de drukte beneden hen. Een geluksmomentje – heel even, want we reden weer en dan moet je mee.

Zo’n ooievaar – een oer-Hollandse vogel van oer-Hollandse landschappen. Van polderweiden, van sloten met kwakende kikkers, weidevogels, molens en koeien. Zo’n landschap van vroeger.

Want die oer-Hollandse polder met zijn soortenrijkdom bestaat nog wel, maar wordt steeds meer terug gedrongen door intensieve landbouw en de aanleg van woonwijken, industrieterreinen en wegen. En kikkers – het oervoedsel voor ooievaars – hoor je niet zoveel meer.

Maar ze zijn er gelukkig nog, die langbenige vogels met hun oranje snavel, een beetje geholpen door diezelfde mens die eerst verantwoordelijk was voor hun verdwijning uit Nederland.
En nu zitten ze onverstoorbaar op een lantaarnpaal boven een weg, blijkbaar niet gehinderd door het lawaai en de bewegingen van het verkeer beneden hen.Ze hebben zich enigszins aangepast aan de moderne tijd.

Want sommige dieren passen zich aan. Merels waren eens eens schuwe bosbewoners en zijn nu alomtegenwoordig in de stad. En ze bakenen vanaf de daken van huizen hun territorium af met hun kenmerkende zang vroeg in de ochtend, zoals ze dat eens vanaf een boomtop in het bos deden.

En zo gaat ook de ooievaar een beetje mee met ons mensen. Gelukkig maar.

Vrijdag 22/8 – Marokkanen

vooroordelen

Het lijkt meer oktober dan augustus buiten. De ene bui na de andere doorweekt de grond. Binnen is het kil, de verwarming mag aan.

Boodschappen doen bij AH gaat vlot om half negen in de ochtend. Het Marokkaanse meisje met hoofddoek bij de servicebalie is zeer vriendelijk en zeer kundig.
Ik merk aan mezelf dat ik vol zit met vooroordelen. Op het moment dat ik dat hoofddoekje zie, verandert beoordelen al gauw in veroordelen. Er hoeft dan maar iets verkeerd te gaan en dat stemmetje van binnen – zie je wel, ze zijn toch anders die Marokkanen – begint gelijk te raaskallen.

Dat wantrouwen, dat eigen volk eerst – je familie, buurt, wijk, stad en land. Wij zijn beter dan de rest. Een onzeker en bangig mens zoekt veiligheid en orde bij de eigen groep. Want daarbuiten heerst wanorde en onveiligheid – in mijn bekrompen en benauwde wereldbeeld. 

Want: ze zijn anders, ze deugen eigenlijk niet, ze zijn vreemd of vies of lui.

Jawel, jazeker: ze zijn soms anders! Maar verder zijn het kleine mensjes als ik. Met een dringende behoefte aan warmte, aan veiligheid, aan eten en drinken. Net als ik, precies als ik.

Burenleed

Alles kan mij van slag doen raken, alles kan stress veroorzaken. Zoals – bijvoorbeeld – een nogal botte mail van een benedenbuurvrouw.

Onze Vereniging van Eigenaren – 3 woningen, 3 eigenaren – functioneert nauwelijks. Zelfs een vergadering plannen om dingen te bespreken, mislukt: op de data dat benedenbuurvrouw-van-de-begane-grond wel kan, is buurman-van-één-hoog verhinderd en vice-versa.
Ik probeerde enkele dagen geleden de zaak vlot te trekken door in een mailtje aan mijn buren de zaterdagmiddag voor te stellen – waarop buurvrouw mij een lijst met een aantal willekeurige data terug mailde, vergezeld van de laconieke mededeling ‘Op deze dagen zijn jullie welkom bij mij.’

Ik werd boos, omdat ik me totaal niet serieus genomen voelde. Het was ook niet echt een antwoord op mijn mail…..

Per kerende mail stuurde ik een verontwaardigd bericht terug – met als resultaat dat ik nu nog steeds boos ben én (daar bovenop) een beetje bang voor haar reactie…..

Dus nu heb ik besloten om haar e-mailadres te blokkeren. Kan ik me tenminste niet opnieuw boos maken om haar proza en hoef ik ook niet meer bang te zijn. Zelfbescherming heet dat en ook: assertief zijn. Dat laatste is iets waar ik van nature erg slecht in ben, maar wie weet gaan we langzaam een klein beetje vooruit.

En die VvE kan wat mij betreft eventjes doodvallen…….

Vereniging Eigen Huis